Zwangerschapshormonen

Zwangerschapshormonen

Zwangerschapshormonen horen nu eenmaal bij de zwangerschap, en die kunnen tijdens deze periode dan ook zorgen voor allerlei typische symptomen. De zwangerschapshormonen huishouding tijdens deze 9 maanden lijkt enigszins op die tijdens de menstruatie, maar dan veel duidelijker aanwezig.

De hormonen zijn noodzakelijk om de zwangerschap gaande te houden en het lichaam goed voor te bereiden op zowel het bevallen zelf als de borstvoeding.

Belangrijkste zwangerschapshormonen

De placenta is verantwoordelijk voor de productie van hormonen, alsook de eierstokken, de hypofyse en de hypothalamus. Enkele voorbeelden van belangrijk zwangerschapshormonen zijn andere andere oestrogeen, HCG, progesteron en HPL.

1. Oestrogeen

De placenta is verantwoordelijk voor de productie van oestrogeen. Dit hormoon veroorzaakt op zijn beurt de goei van de baarmoeder, de melkklieren in de borsten en de bloedvaten.

2. Progesteron

Progesteron wordt vooral in de eerste weken van de zwangerschap geproduceerd door het corpus luteum (of 'gele lichaam') in de eierstok. Daarna neemt de placenta deze rol over, tijdens de zogenaamde luteal-placental shirt. Het geproduceerde progesteron wordt naar de baby getransporteerd en uiteindelijk getransformeerd in een ander hormoon.

Progesteron zorgt er tevens voor dat de placenta niet kan samentrekken, en de productie ervan neemt naar het einde van de zwangerschap af. Op die manier is samentrekking van de placenta dus wel mogelijk als het nodig is.

3. HCG

HCG of humaan choriongonadotrofine is eveneens afkomstig van de placenta en staat bekend als het 'zwangerschapshormoon' in de volksmond. Het wordt slechts korte tijd na de bevruchting geproduceerd en zorgt eigenlijk voor de aanmaak van progesteron.

HCG is bij de meeste zwangerschapstesten hét bewijs dat je zwanger bent, waarbij bepaalde symptomen veroorzaakt worden. Denk daarbij aan vermoeidheid, misselijkheid en duizeligheid. Na ongeveer 10 weken is het HCG-gehalte in het lichaam op zijn hoogtepunt en neemt dan weer gestaag af, maar er blijft altijd een zekere hoeveelheid aanwezig tot na de bevalling. HCG toont veel gelijkenissen met LH (het luteïniserende geslachtshormoon), en zodra de eerste wordt aangemaakt neemt de productie van de tweede af.

4. HPL

De productie van HPL of humaan placentair lactogeen hormoon vindt eveneens in de placenta plaats, vanaf de vierde week van de zwangerschap. Dit hormoon zorgt ervoor dat de zwangerschap niet door het lichaam wordt afgestoten, en het is eveneens belangrijk bij het metabolisme van suiker. Tenslotte remt HPL de aanmaak van prolactine - een hormoon dat de borstvoeding in gang zet.